Archgoat – Nightbringer, Lightbringer (2026) Review

(English version below)
Zevenendertig jaar geleden kroop het uit de duisternis van Finland, een driekoppig gedrocht met de namen Ritual Butcherer, Lord Angelslayer en Blood Desecrator, en sindsdien is er weinig veranderd aan de missie: het altaar bezoedelen, het kruis vertrappen, de hemel in brand steken. Archgoat behoort tot de oudste stam van het Finse geweld, geboren naast Impaled Nazarene en Beherit, verstild in 1994 toen de commerciële ziekte de scene begon te infecteren, herrezen in 2004 om met “Whore of Bethlehem” te tonen hoe het hoort. Wat volgde was een reeks platen die het fundament telkens dieper uitgroeven, van de chaotische duisternis van “The Light-Devouring Darkness” tot het hoogtepunt “The Luciferian Crown”. Ritual Butcherer laat er zelf geen twijfel over bestaan: hun missie blijft tot de laatste dag het verspreiden van het satanisme en het bestrijden van het christendom, zonder afleiding naar welk ander doelwit dan ook.

Op “Nightbringer, Lightbringer”, opgenomen in februari in de Malmi Dungeon onder handen van Teemu Velin, wordt die adempauze weggevaagd. De hoes van Chris Moyen toont het al voor de eerste tonen klinken: drie kruisigingen op Golgotha, de Vier Ruiters die door een gescheurde hemel jagen, een rode maansikkel die toekijkt terwijl het oude licht sterft. Ritual Butcherer beschrijft het concept als een dubbelzinnigheid die het hart van de plaat vormt, licht en duisternis, begin en einde, de val van het christendom als geboorte van een nieuwe Satanische dageraad. Dood die wedergeboorte wordt.

“Invocation 666” opent als een oproep uit de crypte, een necromantische bezwering met diepe daemonische stemmen die de weg banen voor het titelnummer. Daar barst alles los: stampende dubbele bassdrums, verrotte punk/grind-riffs, een tempo dat lijkt te struikelen over zijn eigen woede om zich telkens weer op te richten. De herhaalde uitspraak van de titel, met dramatische stiltes ertussen, vormt een ankerpunt te midden van het geweld, alsof de chaos telkens voor dezelfde bezwering moet wijken.

“The Dawn to Armageddon” vertraagt het tempo tot een hypnotiserende mars, de toetsen weven er een sfeer doorheen die aan het oude Samael doet denken, een traag naderende dreiging. “Iconoclasm the Nazarene” kent geen vertraging, alleen gescheurde, hoog uitgesneden schreeuwen boven een aanhoudende stortvloed van blast-beats.

Het hart van de plaat ligt in “Blood of Jesus Spilling Upon the Earth”, het lied dat volgens Ritual Butcherer specifiek aan de kruisiging is gewijd. Traag, walgelijk, zich voortslepend als een kadaver dat de aarde heeft uitgespuwd, met vervormde gesproken passages en ijl rinkelende akkoorden die de duisternis verdiepen. Een rite die zich voltrekt in de stilte tussen de klanken. “The Stygian Millenium” volgt als een onophoudelijke mokerslag, meedogenloos en monotoon als een rituele optocht die geen einde kent.

Dan volgt “Invocation 999”, een tweede korte bezwering die de plaat even laat op adem komen voor het laatste blok losbarst. “Keys of Hell and of Death” breekt open met een reeks melodieuze gitaarlijnen, een sluier van licht die zich door de duisternis trekt. “The Light Behind the Horns” grijpt terug naar pure energie, “Reaper of Christianity” laat oude Obituary-achtige soli oplichten tussen de mars-riffs en pianotonen die het geheel een bijna liturgische zwaarte geven. De afsluiter, “Obsidian Reflection of Anti-Light”, stampt de plaat af met vijf minuten en vijftien seconden waarin alle registers van deze band samenkomen, de reden waarom men na zevenendertig jaar nog altijd luistert.

Donkerzwart, obscuur, doordrenkt van een geest die het christendom wil begraven om uit de as ervan een nieuwe, zwarte dageraad te laten oprijzen.

90/100
⸸ Blackie ⸸

English version

Thirty-seven years ago, it crawled from the darkness of Finland, a three-headed monstrosity bearing the names Ritual Butcherer, Lord Angelslayer and Blood Desecrator, and little has changed in its mission since: defile the altar, trample the cross, set heaven ablaze. Archgoat belongs to the oldest strain of Finnish violence, born alongside Impaled Nazarene and Beherit, falling silent in 1994 as the commercial disease began to infect the scene, resurrected in 2004 to show with “Whore of Bethlehem” how it should be done. What followed was a succession of records that dug ever deeper into the foundations, from the chaotic darkness of “The Light-Devouring Darkness” to the pinnacle of “The Luciferian Crown”. Ritual Butcherer himself leaves no room for doubt: until their final day, their mission remains the propagation of Satanism and the fight against Christianity, without straying towards any other target.

On “Nightbringer, Lightbringer”, recorded in February at the Malmi Dungeon under the hands of Teemu Velin, that pause is swept away. The cover reveals it before the first notes even sound: three crucifixions on Golgotha, the Four Horsemen charging through a torn sky, a red crescent moon watching as the old light dies. Ritual Butcherer describes the concept as a duality that forms the heart of the record, light and darkness, beginning and end, the fall of Christianity as the birth of a new Satanic dawn. Death becoming rebirth.

“Invocation 666” opens like a summons from the crypt, a necromantic incantation with deep daemonic voices clearing the path for the title track. There, everything erupts: pounding double bass drums, rotten punk/grind riffs, a tempo that seems to stumble over its own fury only to rise again and again. The repeated utterance of the title, broken by dramatic silences, forms an anchor amid the violence, as if the chaos must repeatedly yield to the same incantation.

“The Dawn to Armageddon” slows the pace into a hypnotic march, the keyboards weaving a presence reminiscent of old Samael, a slowly approaching menace. “Iconoclasm the Nazarene” offers no such restraint, only torn, high-pitched shrieks above an unrelenting torrent of blast beats.

The heart of the record lies in “Blood of Jesus Spilling Upon the Earth”, the song which, according to Ritual Butcherer, is specifically devoted to the crucifixion. Slow, repulsive, dragging itself forward like a cadaver spat out by the earth, with distorted spoken passages and eerily ringing chords deepening the darkness. A rite unfolding in the silence between the sounds. “The Stygian Millenium” follows like an unceasing hammer blow, merciless and monotonous as a ritual procession without end.

Then comes “Invocation 999”, a second brief incantation allowing the record to draw breath before the final assault erupts. “Keys of Hell and of Death” breaks open with a succession of melodic guitar lines, a veil of light drawing itself through the darkness. “The Light Behind the Horns” returns to pure energy, while “Reaper of Christianity” lets old Obituary-like solos flare between marching riffs and piano notes that lend the whole a near-liturgical gravity. The closing “Obsidian Reflection of Anti-Light” hammers the record to its end with five minutes and fifteen seconds in which every register of this band converges, the reason why, after thirty-seven years, we are still listening.

Pitch-black and obscure, imbued with a spirit that seeks to bury Christianity and raise from its ashes a new, black dawn.

90/100
⸸ Blackie ⸸

Under the seal of Debemur Morti Productions
Conjured on August 10 2026