Bacht ’n de Vulle Moane – Verdwazing Der Dwazen (2026) Review

(English version below)
Kortrijk baart zelden monsters die zich zo moeiteloos onttrekken aan classificatie. Wat A.A.K. en SCM in 2024 loslieten met Klaagrituelen was al een vreemde eend: black metal die zijn oorsprong zoekt in de synthesizer, ver van de vertrouwde snaar, in het pulseren van machines die tegelijk bezielen en verstikken. Twee jaar later, met Verdwazing der dwazen, is die vervreemding alleen maar verder doorgedreven.

SCM heeft een verleden bij Matavitatau, maar Bacht’n de Vulle Moane bewandelt een geheel ander spoor. Waar Beherit ooit liet horen dat black metal zich niet voor de machine hoefde te schamen, trekt dit duo die gedachte veel verder open. Mysticum ligt soms in de verte op de loer, terwijl postpunk, de kille motoriek van Klaus Schulze en een DAF-achtige onverzettelijkheid even gemakkelijk het lichaam binnendringen.

Opener Dor laat een dreigende drone langzaam uit het niets aanzwellen. De spanning kruipt steeds verder omhoog, laag na laag, tot het onheil zich niet langer laat bedwingen en de tremolo’s zich door de dreunende feedback snijden. Acht minuten lang wisselt de plaat van register: eerst pikzwart en loodzwaar, dan verstilt alles tot een mistige, haast spookachtige rust. Het is een lied dat zijn titel eer aandoet: verdorde grond, een hart dat zijn gloed verliest, een aarde die naar adem hapt. Wie hier ademloos doorheen wil, moet volharden.

Hellegat is de eerste ademtocht van opluchting, al is die schijn bedrieglijk. Onder de scherpe tremolo’s schuilt een newwave-hart, een ritme dat teruggrijpt naar Joy Division en het versnelt tot iets kokends. De tekst spreekt van koolmannen en hellegravers, van werkers die zij aan zij sterven in het duivelse krocht, en die beeldspraak versmelt naadloos met de muzikale afdaling: dit is een hellevaart met een besmettelijke cadans.

De titeltrack, Verdwazing der dwazen (Min erte bloedt), opent met punk in de aanslag voor de synths het overnemen, en weer terug. Het is een structuur die zich niets aantrekt van gladde overgangen: gitaren en machines wisselen elkaar af als vechtende geesten in eenzelfde lichaam. De tekst velt een hard oordeel over een verblinde massa die naar het niets marcheert, en het refrein, met zijn bloedend hart en zijn “min erte bloedt”, wordt een mantra van uitputting.

Het is nooit stil begint mijmerend, bijna teder, met akoestische snaren en een verre, hese stem die zich op de achtergrond ophoudt. Maar de titel is een valstrik: rond de middenpassage barst het nummer open in een industriële beuking die niets heelt van de eerdere sereniteit. Mysticum spookt hier rond, versneld tot op het bot. De tekst herhaalt zijn eigen titel als een bezwering die zichzelf tegenspreekt, tot enkel stilte overblijft.

Op het einde van de boog verlaat de elektronica bijna volledig het toneel voor iets ruwers: lo-fi black metal met een extra rauwe hardheid. De tekst is een oorlogsscène, een kind moederloos gemaakt door granaten en geweren, terwijl God wegkijkt van het bidden. Er is geen troost in deze boog, enkel het besef dat het geluk voorbij is voor het is aangekomen.

Angstenzuur (Ten oorlog tegen de wereld) voltrekt nog een radicale transformatie: doom-zware black metal met samples die dreigen als voorspellingen, die langzaam wegzakt in trage, herhalende noise. De poëzie die hierover wordt uitgesproken is een zelfvernietigende litanie, brandzuur dat door ziel en lichaam vreet, tot enkel as en ruis resten. De laatste kreet, ten oorlog tegen de wereld, klinkt als een laatste stuiptrekking, geen triomf.

Verdwazing der dwazen is geen plaat die zich ergens comfortabel nestelt. Ze weigert de rust en kiest in de plaats voor wrijving: tussen mens en machine, tussen ritueel en repetitie, tussen black metal en alles wat het probeert te ontsnappen. Dat het eigen De Pankraker Records hiervoor de hand reikt naar het Duitse Into Endless Chaos Records, is geen kleinigheid: ook op eigen bodem smeult er nog vuur voor wat buiten de lijnen woekert. Bacht’n de Vulle Moane bewijst dat de leegte achter de volle maan niet stil is, maar zindert van een onrust die zich niet laat temmen.

88/100
⸸ Blackie ⸸

English version

Kortrijk rarely gives birth to monsters that evade classification quite so effortlessly. What A.A.K. and SCM unleashed with Klaagrituelen in 2024 was already a strange creature: black metal seeking its origins in the synthesizer, far removed from the familiar string, in the pulse of machines that breathe life and suffocate at the same time. Two years later, with Verdwazing der dwazen, that sense of alienation has only been pushed further.

SCM has a past in Matavitatau, but Bacht’n de Vulle Moane treads an entirely different path. Where Beherit once showed that black metal had no reason to shy away from the machine, this duo takes that idea much further. Mysticum occasionally lurks in the distance, while post-punk, the cold motorik of Klaus Schulze and a DAF-like relentlessness enter the body just as easily.

Opener Dor allows a menacing drone to slowly swell out of nothingness. The tension keeps creeping upwards, layer by layer, until the impending menace can no longer be restrained and the tremolos cut their way through the pounding feedback. For eight minutes, the record shifts between registers: first pitch-black and leaden, then everything subsides into a misty, almost spectral calm. It is a song that lives up to its title: withered soil, a heart losing its glow, an earth gasping for breath. Those who want to make it through without catching their breath will need to persevere.

Hellegat offers the first breath of relief, although that relief proves deceptive. Beneath the sharp tremolos beats a new-wave heart, a rhythm that reaches back towards Joy Division and accelerates it into something seething. The lyrics speak of coalmen and hell-diggers, of workers dying side by side in the devil’s depths, and those images merge seamlessly with the musical descent: this is a journey into hell propelled by an infectious cadence.

The title track, Verdwazing der dwazen (Min erte bloedt), opens with punk poised to strike before the synths take over, and then back again. It is a structure that cares nothing for smooth transitions: guitars and machines trade places like warring spirits trapped within the same body. The lyrics pass harsh judgement on a blinded mass marching towards nothingness, while the refrain, with its bleeding heart and its “min erte bloedt”, becomes a mantra of exhaustion.

Het is nooit stil begins pensively, almost tenderly, with acoustic strings and a distant, hoarse voice lingering in the background. But the title is a trap: around the midpoint, the song tears open into an industrial battering that heals nothing of the preceding serenity. Mysticum haunts these passages, accelerated to the bone. The lyrics repeat their own title like an incantation contradicting itself, until only silence remains.

Op het einde van de boog sees the electronics almost completely abandon the stage in favour of something rawer: lo-fi black metal carrying an added layer of savage harshness. The lyrics depict a scene of war, a child left motherless by grenades and gunfire while God turns away from the prayers. There is no solace at the end of this arc, only the realisation that happiness has already vanished before it could ever arrive.

Angstenzuur (Ten oorlog tegen de wereld) completes yet another radical transformation: doom-heavy black metal with samples looming like prophecies, slowly sinking into sluggish, repetitive noise. The poetry declaimed over it becomes a self-destructive litany, corrosive acid eating through soul and body until nothing remains but ash and static. The final cry, “ten oorlog tegen de wereld”, sounds like one last convulsion, not a triumph.

Verdwazing der dwazen is not an album that settles comfortably anywhere. It refuses tranquillity and chooses friction instead: between man and machine, between ritual and repetition, between black metal and everything trying to escape it. That Belgium’s own De Pankraker Records joins forces with Germany’s Into Endless Chaos Records for this release is no small thing: even on home soil, there are still fires smouldering for that which grows beyond the boundaries. Bacht’n de Vulle Moane proves that the void behind the full moon is anything but silent, vibrating with a restlessness that refuses to be tamed.

88/100
⸸ Blackie ⸸

Under the seal of De Pankraker/Into Endless Chaos
Conjured on September 2 2026