
(English version below)
In een wereld waar black metal ofwel vastroest in esthetisch fetisjisme ofwel ontspoort in leeg technisch vertoon, roept het Poolse duo Black Witchcraft een derde weg aan: die van de bezwering. Met hun eerste langspeler Stare Into the Blackest Depths of Hell bouwen ze verder op de occulte fundamenten van hun EP Malignus (2023), opnieuw uitgegeven via het onwankelbare Under the Sign of Garazel.
Wat meteen opvalt: deze plaat druipt van toewijding aan de tweede golf, maar vermijdt moeiteloos het loutere nadoen. Black Witchcraft klauwt in de erfenis van 1992–1995, maar bezielt die met een ontembare geest die doet denken aan vroege Forgotten Woods, Darkthrone, Carpathian Forest en Gorgoroth — zonder ooit hun schaduw slaafs te volgen. Meer nog: de vocale benadering roept onmiskenbaar herinneringen op aan niemand minder dan Gaamalzagoth van Moonblood. Hetzelfde bezeten gekras, de hallucinante intensiteit, de trance-opwekkende dictie — dit is geen toeval, dit is spirituele verwantschap.
De opener begint met een ijl klagende melodie die zich als een spook uit een kapelruïne op je legt. De gitaarlijnen klinken niet alleen kil en melodisch, ze lijken eerder gefluisterd door verbrande perkamentrollen. Al snel barst het geheel open in een kettingreactie van staccato-riffs en flitsende blastbeats. Er zit een onvoorspelbaarheid in de overgangen — een duistere logica — die maakt dat je als luisteraar nooit veilig bent.
Rites at the Blackest Depth, een van de sleutelnummers, laveert tussen trance en tumult. De riffs hakken als roestige messen in een verdoemd altaar, terwijl de vocalen krassen als een bezeten priester die zijn stem offert voor visioenen. Elders, in Womb of Sulphuric Light, vertraagt het tempo; het nummer smeult als een aslaag over vergeten vuur. De drums klinken hier minder als begeleiding en meer als slagtekens — ritmische tekenen aan de wand.
Toch is het niet alleen de sfeer die imponeert. Wat Black Witchcraft werkelijk beheerst, is de combinatie van vuur en vorm. Geen enkele riff staat er zomaar; elke tempowissel heeft een bezielde bedoeling. Zelfs de meer rockende passages (zoals in het afsluitende Luciferian Vengeance Unchained) dragen een geest van dreiging in zich, alsof ze dansen op een galg.
De productie is helder zonder glans, rauw zonder chaos. Ze biedt net genoeg ruimte voor de instrumenten om te ademen, zonder dat het mysterie verdampt. In tegenstelling tot veel moderne black metal klinkt dit niet als een reconstructie, maar als een levende graftombe.
Stare Into the Blackest Depths of Hell is geen revolutionaire plaat, maar dat hoeft ook niet. Dit is een bezielde evocatie van een tijdperk waarin black metal niet alleen muziek was, maar een wapen, een waan, een weg. Black Witchcraft schrijft geen geschiedenis, maar heropent haar in bloed — met een stem die recht uit de necromantische hel van Moonblood lijkt te zijn opgeroepen.
85/100
Blackie
English version
In a world where black metal either rusts in aesthetic fetishism or derails into sterile technical excess, the Polish duo Black Witchcraft invokes a third path: that of incantation. With their first full-length Stare Into the Blackest Depths of Hell, they continue along the occult foundations laid on their 2023 EP Malignus, once again released through the unshakable Under the Sign of Garazel.
What stands out immediately: this album bleeds second wave devotion, yet deftly avoids mere imitation. Black Witchcraft claws deep into the legacy of 1992–1995, but breathes into it an indomitable spirit reminiscent of early Forgotten Woods, Darkthrone, Carpathian Forest, and Gorgoroth — without ever slavishly following in their shadow. More importantly, the vocal delivery is uncannily reminiscent of none other than Gamalzagoth of Moonblood. The same frenzied rasp, the hallucinatory cadence, the trance-inducing phrasing — this is no coincidence, but spiritual kinship.
The album opens with a wailing, spectral melody that drapes itself over you like a ghost from a ruined chapel. The guitar lines are not just cold and melodic; they feel whispered by scorched scrolls. Soon, the whole thing erupts into a chain reaction of staccato riffs and furious blastbeats. There’s an unpredictability in the transitions — a dark logic — that ensures the listener is never at ease.
“Rites at the Blackest Depth” stands as a centerpiece, swaying between trance and tumult. The riffs strike like rusted blades on a cursed altar, while the vocals scratch and seethe like a possessed priest offering his voice for visions. Elsewhere, in “Womb of Sulphuric Light,” the tempo slows; the track smolders like a layer of ash over forgotten fire. The drums here act less as support and more as sigils — rhythmic omens on the temple walls.
Yet it’s not just the atmosphere that impresses. What Black Witchcraft truly excels at is the fusion of flame and form. No riff is arbitrary; every tempo shift feels ritualistic, deliberate. Even the more rocking moments (like in the closing “Luciferian Vengeance Unchained”) are drenched in menace, as if they dance atop a gallows.
The production is crisp without being polished, raw without collapsing into chaos. It gives the instruments room to breathe, but never at the cost of mystery. Unlike much modern black metal, this doesn’t feel like a reconstruction — it breathes like a living tomb.
Stare Into the Blackest Depths of Hell isn’t a revolutionary album, and it doesn’t need to be. This is a fervent evocation of an era when black metal was not just music but a weapon, a madness, a path. Black Witchcraft isn’t rewriting history — they’re reopening it in blood, with a voice summoned straight from the necromantic depths of Moonblood’s legacy.
85/100
Blackie
Under the seal of Under the Sign of Garazel Productions
Conjured on June 7 2025