
(English version below)
Noord-Brabant, Eindhoven. Een bandnaam die als een vonnis klinkt: Doodswens. Dat vonnis heeft jaren rijpingstijd nodig gehad, want tussen het debuut Lichtvrees en deze titelloze tweede langspeler ligt een woelige periode van line-up wisselingen, tournees en heruitvindingen. Stichtend lid Fraukje van Burg verliet de band na een Europese tour als voorprogramma van Marduk, en liet drumster Inge van der Zon alleen achter met een bandnaam, een reputatie en een open wonde. Die wonde is nu een album geworden.
Anno 2026 bestaat Doodswens uit I., R. en P., een trio dat met toepasselijke precisie de afkorting R.I.P. oplevert. Bassist Riccardo Subasi en gitarist Peter Rebel brachten een nieuw gewicht mee. Waar Lichtvrees nog scherpte putte uit zijn kaalheid, ademt Doodswens een vollere, lagere, zwaardere lucht. De bas trekt het geheel naar het midden van de aarde. De productie van Sebastiaan van Bijlevelt is rauw zonder in de modder weg te zakken, elk element krijgt zijn eigen duisternis toebedeeld. Gitaren snijden als roestig metaal. De drums beukelen. En I. schreeuwt vanachter haar kit alsof terugdeinzen haar is afgeleerd.
Drums en vocalen simultaan beheersen is een zeldzaamheid in het genre, gereserveerd voor enkelingen als Proscriptor van Absu. I. doet het en maakt er een ritueel van. Haar doodsreutel op Verrot en opener Driven by Death klinkt als een ontlading die al jaren heeft staan gisten, laag en hees waar haar voorgangster schril was, maar nooit minder fel. De agressie spat uit de groeven van de eerste minuut.
Driven by Death opent zonder franjes, direct en verzengend. Verrot zet die vaart voort met overstuurde kreten die de Nederlandstalige tekst als een vloek de kamer inslingeren. The Black Flame brengt epischer terrein, trager van tempo maar daardoor des te beklemmender, het verzengde karakter van Doodswens komt hier het naaktst naar boven. These Wounds Never Healed toont dat het genre ook in een lager tempo overtuigt, melancholie als een steen om de nek.
She Carries the Curse is de langste bezwering op de plaat, opent met dreigend, slepend gitaargetokkel boven samples van vuur en druipend water, bijna twee minuten lang, vooraleer blastbeats en een muur van gitaargeweld naar binnen vallen als een poort die bezwijkt. Het is het moment waarop Doodswens het dichtst bij zijn eigen kern komt. Devils Stone schakelt terug naar directe agressie. Vlaamse Vloek sluit af met een furie die bij Verrot aansluit en tot het sterkste materiaal van de band behoort, een Vlaamse verwensing in zwartgloeiende verpakking.
Doodswens graaft dieper dan haar naam doet vermoeden. De dood staart hier terug vanuit elke groove, elke krijsende frase, elke stilte die de storm even inhoudt. Dit is geen muziek voor wie troost zoekt. Het is muziek voor wie de afgrond recht in het gezicht wil aankijken en weigert te knipperen. Eindhoven heeft gesproken.
87/100
⸸ Blackie ⸸
English version
North Brabant, Eindhoven. A band name that sounds like a sentence passed: Doodswens. That sentence required years of fermentation, for between the debut Lichtvrees and this self titled second full length lies a turbulent period of line up changes, tours and reinvention. Founding member Fraukje van Burg left the band after a European tour supporting Marduk, leaving drummer Inge van der Zon alone with a band name, a reputation and an open wound. That wound has now become an album.
As of 2026, Doodswens consists of I., R. and P., a trio whose initials fittingly form the abbreviation R.I.P. Bassist Riccardo Subasi and guitarist Peter Rebel brought a new weight into the fold. Where Lichtvrees still drew its sharpness from austerity, Doodswens breathes a fuller, lower and heavier air. The bass drags the entire work toward the center of the earth. Sebastiaan van Bijlevelt’s production remains raw without collapsing into mud, every element granted its own darkness. Guitars cut like rusted metal. The drums hammer relentlessly. And I. screams from behind her kit as if the instinct to retreat has been erased from her completely.
Mastering drums and vocals simultaneously remains a rarity within the genre, reserved for figures such as Proscriptor McGovern of Absu. I. does it and turns it into ritual. Her death rasp on Verrot and opener Driven by Death sounds like an eruption that has been festering for years, lower and harsher where her predecessor sounded shrill, yet never less ferocious. Aggression bursts from the grooves from the very first minute.
Driven by Death opens without ornament, direct and scorching. Verrot continues that momentum with distorted cries hurling the Dutch lyrics through the room like a curse. The Black Flame enters more epic territory, slower in pace and therefore even more suffocating, the scorched nature of Doodswens revealing itself here in its most naked form. These Wounds Never Healed proves the genre remains convincing at a slower pace as well, melancholy hanging like a stone around the neck.
She Carries the Curse stands as the longest invocation on the album, opening with ominous, dragging guitar picking over samples of fire and dripping water for nearly two minutes before blastbeats and a wall of guitar violence collapse inward like a gate giving way. It is the moment where Doodswens comes closest to its own core. Devils Stone shifts back toward direct aggression. Vlaamse Vloek closes the record with a fury connected to Verrot and belongs among the strongest material the band has created, a Flemish malediction wrapped in black glowing fire.
Doodswens digs deeper than its name suggests. Death stares back here from every groove, every screaming phrase, every silence briefly restraining the storm. This is not music for those seeking comfort. It is music for those willing to stare directly into the abyss and refuse to blink. Eindhoven has spoken.
87/100
⸸ Blackie ⸸
Under the seal of Svart Records
Conjured on May 8 2026