
(English version below)
Uit de kille straten van Stockholm verrijst Dysthen, een nieuwe stem uit de Zweedse underground die de gekwelde dualiteit van het bestaan verklankt. Schoonheid en verval, natuur en gevoelloosheid versmelten hier tot een verstikkende wurggreep. Hoewel de band als entiteit nog jong is, verraadt de bezetting een schat aan ervaring. Rond gitarist en drijvende kracht Nikita “Osgiliath” Smirnov, bekend van onder meer Sanghrial en Vox Lvciferi, vinden we muzikanten uit Hexgrafv, Lestrange en Gravecrawler. Een nieuwe naam, gedragen door muzikanten die hun sporen in de underground al ruimschoots hebben verdiend.
Opgenomen in Wings Studios onder handen van Dag Sverker Vidgren draagt de productie een compromisloze, ijzige signatuur die herinneringen oproept aan de verstikkende kilte van Watains Casus Luciferi. Vier bezweringen, eenentwintig minuten waarin geen ruimte bestaat voor overbodige omwegen.
“Lotus” opent zonder waarschuwing: een bloedstollende schreeuw van Christian Jansson, gevolgd door golven van blastbeats en vlijmscherpe, weerbarstige riffs. De vocalen zijn nagenoeg onverstaanbaar, maar de pijn en existentiële leegte snijden desondanks door merg en been. Enkel de ronkende baslijn van Oliver Cassepierre biedt houvast, een dik touw waarlangs men uit de afgrond kan klimmen. In “Aurora” gieren duivelse krijsen als een pestwind over dor land, terwijl de percussie een rusteloze straf uitdeelt. Halverwege treedt de prominente baslijn nadrukkelijk naar voren en krijgt de melodie kort de ruimte. De beklemming wijkt geen moment. Het nummer sluit af met een epische melodische passage waarin berusting langzaam bezit neemt van de luisteraar.
“Wheat” verschuift naar mid-tempo, gesloten riffs en claustrofobische ritmewisselingen die een tastbare dissonantie voeden. Doodsangst tiert welig onder de oppervlakte. De genadeklap volgt met “Ves”. Een wanhopige kreet mondt uit in een onverbiddelijke maalstroom van riffs, blastbeats en verscheurende wanhoop. De band bereikt hier haar meest intense moment, terwijl de melodie in het middenstuk een wrange melancholie blootlegt die de beklemming nog lang laat nazinderen.
Vier bezweringen. IJzig. Onverbiddelijk. Dysthen verrijkt de Zweedse underground met een debuut dat een eigen plaats opeist binnen de hedendaagse blackmetalscene. Een veelbelovend begin dat doet uitkijken naar een eerste langspeler.
⸸ Blackie ⸸
English version
From the cold streets of Stockholm emerges Dysthen, a new voice from the Swedish underground giving shape to the tormented duality of existence. Beauty and decay, nature and numbness merge into a suffocating grip. Although the band itself is a new entity, the lineup reveals a wealth of experience. Centered around guitarist and driving force Nikita “Osgiliath” Smirnov, known from acts such as Sanghrial and Vox Lvciferi, Dysthen also features musicians from Hexgrafv, Lestrange and Gravecrawler. A new name carried by musicians who have long earned their place within the underground.
Recorded at Wings Studios under the guidance of Dag Sverker Vidgren, the production bears a cold, uncompromising character that recalls the suffocating chill of Watain’s Casus Luciferi. Four incantations, twenty-one minutes with no room for unnecessary detours.
“Lotus” erupts without warning: Christian Jansson’s blood-curdling scream is followed by waves of blast beats and razor-sharp, jagged riffs. The vocals remain almost indecipherable, yet the pain and existential emptiness cut straight to the bone. Only Oliver Cassepierre’s rumbling bass offers a fragile lifeline, a thick rope reaching up from the abyss. On “Aurora”, demonic shrieks sweep across barren ground like a plague-ridden wind while the percussion delivers relentless punishment. Midway through, the prominent bass steps forward and the melody is briefly allowed to breathe. The sense of oppression never loosens its grip. The song closes with an epic melodic passage where resignation slowly takes hold.
“Wheat” shifts into a mid-tempo march built upon closed riffs and claustrophobic rhythmic changes that feed a palpable sense of dissonance. Mortal dread festers beneath the surface. The final blow arrives with “Ves”. A cry of despair unfolds into an unforgiving maelstrom of riffs, blast beats and overwhelming anguish. Here the band reaches its most intense moment, while the melody in the central passage exposes a bitter melancholy that lingers long after the final note has faded.
Four incantations. Icy. Unrelenting. Dysthen enriches the Swedish underground with a debut that firmly claims its own place within today’s black metal scene. A highly promising beginning that leaves every reason to anticipate a full-length album.
⸸ Blackie ⸸
Under the seal of Bandcamp
Conjured on July 4 2026