
(English version below)
Wanneer een werk uit Trondheim zich aandient, ontstaat een innerlijke spanning die zich niet laat temperen. Die streek draagt een geest die door de ondergrond beweegt en telkens opnieuw een vorm zoekt. Funeral Harvest ademt die stroming volledig in. Malum in Se, uitgebracht via het onvolprezen Amor Fati Productions, bevestigt dat deze entiteit deel uitmaakt van de noordelijke lijn die een sacrale intensiteit uitdraagt. De EP klinkt als een rite die een naam centraal plaatst die veel ouder is dan het woord Lucifer zelf: Hēlēl ben Šāḥar, de Lichtende, Zoon van de Dageraad. Een entiteit die straalt vóór hij stort, een wezen dat zowel verheffing als omkering in zich draagt. De zes composities vormen één beweging richting die kern.
Funeral Harvest gebruikt deze EP als een spiritueel gebaar. Tremolo’s vormen de draden van een web dat rond een innerlijke vlam wordt gespannen. Zang, percussie en orgelklanken worden gedragen door een gerichtheid die enkel ontstaat wanneer de bedoeling achter de muziek samenvalt met de drift die erdoorheen waait. De bijdragen van Norðr, Enstad en Wraath openen bijkomende kanalen waarin de EP verder verdicht. De aanwezigheid van Wraath — dezelfde bezieler die Darvaza zijn stem geeft — brengt een extra laag van vurige devotie in het geheel. Zijn verschijning hier voelt als een teken dat de rite door meerdere stemmen wordt gedragen. Dat Darvaza recent nieuw vuur heeft uitgespuwd, geeft zijn deelname nog meer gewicht.
De opening met Offertorium trekt de grens tussen het profane en de zone waarin dit ritueel zich zal ontvouwen. De synthlijnen scheppen een afgebakende kamer waarin stilte wordt omgevormd tot verwachting. Wanneer de EP zich dan werkelijk ontrolt, trekt Funeral Harvest een stroom op gang die het hele werk draagt. Draco Nequissime vormt de eerste aanroep, gedragen door een vurige stem en gitaren die rechtstreeks op de entiteit gericht lijken. Wraath en Enstad versterken de bezwering tot een compacte vuist.
Djævulen wordt een verdieping van deze lijn: een zwaardere cadans, een onderstroom die als een priesterlijke intonatie werkt. De orgeltonen van Norðr vullen de ruimte tot een sacrale kamer waarin de EP haar middelpunt bereikt.
Vox Diaboli opent een kanaal waarin stem en klank als innerlijke aanwezigheid worden ervaren.
Angel of Violence trekt de energie opnieuw op en laat Funeral Harvest een lijn van rituele vastberadenheid bewandelen.
De afsluitende cover Truth Is Truth, Beyond the God sluit de cirkel. Funeral Harvest plaatst deze Celestial Bloodshed-hymne als een zegel op hun eigen ceremonie, een handeling die de verbinding met de Trondheim-traditie onderstreept. De EP ademt dezelfde geladenheid die veel van de projecten uit die streek kenmerkt, al verschijnt dit werk via Amor Fati en niet via Terratur.
Malum in Se is een offrande aan Hēlēl ben Šāḥar. De EP zindert van devotie en trekt een rituele lijn die gedurende de volledige duur scherp blijft. Funeral Harvest openbaart zich hier als een kracht die volledig op innerlijke intensiteit gericht is. Zes composities vormen samen één beweging: een donkere verering die in de geest blijft nagloeien lang nadat het laatste geluid wegsterft.
85/100
⸸ Blackie ⸸
English version
When a creation rises from Trondheim, an inner tension awakens at once. That region carries a current that moves through the soil and continues to seek new forms. Funeral Harvest channels that current without dilution. Malum in Se, released through the ever-respected Amor Fati Productions, affirms their place within the northern lineage that radiates a sacred severity. The EP unfolds as a rite centered on a name far older than the Latin title that later eclipsed it: Hēlēl ben Šāḥar, the Shining One, Son of Dawn. A presence that ascends before it falls; a being marked by elevation and upheaval. The six compositions form a single movement toward that core.
Funeral Harvest offers this EP as a spiritual act. Tremolo lines stretch like threads around an inner flame. Vocals, percussion and organ tones rise from a focused intent that binds every layer of the music. The contributions of Norðr, Enstad and Wraath deepen the current and give the work additional channels of force. Wraath — the same voice that animates Darvaza — brings a heightened state of fervor to the ceremony. His presence feels like a sign that multiple flames breathe through this offering. With Darvaza having released new fire recently, his appearance here resonates with even greater weight.
Offertorium opens the threshold. The synth lines shape a secluded chamber where silence gathers and expectation thickens. As the EP unveils itself, Funeral Harvest sets a current in motion that carries the entire work. Draco Nequissime acts as the first invocation, driven by an inflamed voice and guitars aimed directly at the entity that presides over the EP. Wraath and Enstad intensify the ascent and tighten the ritual into a concentrated surge.
Djævulen deepens the line, guided by a heavier cadence and an undercurrent that moves with priest-like gravity. The organ tones of Norðr carve out a sacred space in which the EP reaches its inner axis.
Vox Diaboli opens a channel where voice and tone emerge as an interior presence.
Angel of Violence pushes the energy upward again and leads Funeral Harvest along a path of unwavering intent.
The closing cover, Truth Is Truth, Beyond the God, seals the circle. Funeral Harvest presents this Celestial Bloodshed hymn as a final key within their ceremony, reinforcing the link to Trondheim’s enduring tradition. The EP carries the same charged aura that defines much of the region’s output, even though this work manifests through Amor Fati rather than Terratur.
Malum in Se stands as an offering to Hēlēl ben Šāḥar. The EP vibrates with devotion and maintains its ritual line with relentless clarity. Funeral Harvest reveals itself as a force shaped by inner intensity. Six compositions unfold as a single act of dark reverence, lingering in the mind long after the final sound fades.
85/100
⸸ Blackie ⸸
Under the seal of Amor Fati Productions
Conjured on December 12 2025