Gauntlet Ring – Raiders (2026) Review

(English version below)
Taurus blijft graven in New York. Sinds 2020 haalt hij onder de naam Gauntlet Ring, naast zijn activiteiten bij Arbor en Fellwinter, de ene plaat na de andere uit dezelfde zwarte aarde. Met Raiders ligt alweer de vijfde langspeler op tafel. Mercenary neemt de drums en bas voor zijn rekening. Het album verscheen op 11 september 2026 via Blood and Crescent Productions, op 12″ vinyl in een beperkte oplage. Zeven composities, samen goed voor achtendertig minuten.

Wie de discografieën van Gauntlet Ring, Fellwinter en Arbor naast elkaar legt, vraagt zich haast af waar Taurus de tijd en inspiratie vandaan blijft halen. Zijn onverzadigbare productiedrift levert hem geregeld kritiek op. Blijkbaar bestaat er ergens een ongeschreven regel die voorschrijft hoeveel platen een muzikant jaarlijks mag uitbrengen. Ik heb me daar nooit druk om gemaakt. De kwaliteit blijft bij zijn verschillende projecten opvallend hoog en persoonlijk krijg ik er voorlopig geen genoeg van.

Ook op Raiders wordt weer uitvoerig geofferd aan het altaar van Judas Iscariot. De Amerikaanse black metal uit de jaren negentig vormt nog altijd het fundament van Gauntlet Ring. Korrelige tremoloriffs, rauwe vocalen en een vaak slepend middentempo beheersen het geluid. De gitaren schuren en raspen, grimmige melodieën kronkelen door de composities en de hypnotiserende herhaling roept voortdurend de geest van Akhenaten op. De oude Amerikaanse school wordt met bijna religieuze toewijding in ere gehouden.

Op Raiders dringen ook andere klanken het ritueel binnen. Akoestische gitaren banen zich een weg door het elektrische geweld en ijle synthesizers hangen als rijp boven de riffs. Tegen het einde van “Winged Bloodshed” neemt een akoestische gitaar de razernij over, als een rouwstoet die langzaam in de verte verdwijnt. In “Berserkr” vervlechten de getokkelde snaren zich met haast etherische toetsenklanken. Af en toe klinkt tussen de rauwe vocalen ook een gewone, ongepolijste zangstem. Vooral de samensmelting van akoestische gitaren en zwevende synthesizers weet een bijzonder sinistere atmosfeer op te roepen. Het geheel krijgt een haast ritueel karakter, met een soberheid die elke vorm van kitsch op afstand houdt.

Mercenary laat zich evenmin onbetuigd. Zijn drumwerk bezit een soepele, soms haast swingende cadans, die vooral in “A Wolf’s Devouring” mooi tot uiting komt. Het ritme krijgt er een eigenzinnige beweging, terwijl de gitaren hun repetitieve patronen blijven uitspinnen. De productie bewaart de nodige ruwheid en laat de melodieën en de meer atmosferische passages voldoende ruimte om zich te ontvouwen.

En dan is er nog die bevreemdende hoes: drie breed glimlachende mannen, omringd door menselijke schedels. Een macaber tafereel waarvan de betekenis me voorlopig ontgaat. Muzikaal weet Taurus me in ieder geval opnieuw te overtuigen. De man blijft platen uitbrengen alsof zijn leven ervan afhangt. Laat hem vooral zijn gang gaan. Ik blijf dit gewoon verdomd goede black metal vinden.

84/100
⸸ Blackie ⸸

English version

Taurus continues to dig deep in New York. Since 2020, under the banner of Gauntlet Ring, alongside his activities in Arbor and Fellwinter, he has been unearthing one record after another from the same black soil. With Raiders, the fifth full-length has already surfaced. Mercenary handles drums and bass. The album was released on September 11, 2026, through Blood and Crescent Productions, on 12″ vinyl in a limited pressing. Seven compositions, spanning thirty-eight minutes.

Anyone examining the discographies of Gauntlet Ring, Fellwinter and Arbor can hardly help wondering where Taurus continues to find the time and inspiration. His insatiable urge to release music regularly draws criticism. Apparently, somewhere there exists an unwritten rule dictating how many records a musician is allowed to release each year. I have never concerned myself with such matters. The quality across his various projects remains remarkably high, and personally, I am nowhere near having had my fill.

Once again, Raiders offers ample sacrifices upon the altar of Judas Iscariot. American black metal of the nineties remains the foundation upon which Gauntlet Ring is built. Grainy tremolo riffs, raw vocals and an often dragging mid-tempo dominate the sound. The guitars scrape and rasp, grim melodies coil through the compositions, and the hypnotic repetition continually summons the spirit of Akhenaten. The old American school is honoured with an almost religious devotion.

Other sounds also find their way into the ritual on Raiders. Acoustic guitars carve a path through the electric violence, while wisps of synthesizer hang like frost above the riffs. Towards the end of “Winged Bloodshed”, an acoustic guitar takes over the fury, like a funeral procession slowly disappearing into the distance. In “Berserkr”, plucked strings intertwine with almost ethereal keyboard passages. Occasionally, an ordinary, unpolished singing voice emerges among the harsher vocals. The merging of acoustic guitars and drifting synthesizers conjures a particularly sinister atmosphere. The whole takes on an almost ritualistic character, its austerity keeping any trace of kitsch firmly at bay.

Mercenary also makes his presence felt. His drumming possesses a fluid, at times almost swinging cadence, particularly evident in “A Wolf’s Devouring”. The rhythm takes on a peculiar movement of its own as the guitars continue to weave their repetitive patterns. The production retains the necessary rawness, allowing the melodies and more atmospheric passages sufficient room to unfold.

And then there is that bewildering cover artwork: three broadly smiling men surrounded by human skulls. A macabre scene whose meaning remains a mystery to me. Musically, however, Taurus has once again won me over. The man keeps releasing records as though his life depended on it. Let him carry on. I still find this to be damn fine black metal.

84/100
⸸ Blackie ⸸

Under the seal of Blood and Crescent Productions
Conjured on October 13 2026