Mordhell – Nekro Desecration (2026) Review

(English version below)
Eerder dit jaar leidde een toevallige afdaling in de Poolse ondergrond me naar Ohyda. Wat daar uit de speakers kroop, liet zich niet zomaar terug de duisternis injagen en sindsdien bleef ik graven. De tentakels van de muzikanten achter die band reiken diep, en zo kwam Mordhell op mijn pad. Bloodwhip (guitars, bass) en Diabolizer (drums) zijn in beide formaties actief en duiken daarnaast op in tal van andere krochten van de Poolse underground. Mordhell zelf waart al sinds 2003 rond en heeft dus weinig behoefte aan een introductie voor wie daar al langer zijn grafdelverswerk verricht. Voor mij ging deze tombe echter pas open met Nekro Desecration.

Dertien nummers en nauwelijks vierendertig minuten later is duidelijk dat hier weinig plaats bestaat voor overtollig vlees. Mordhell snijdt kort en vuil. De meeste nummers blijven tussen twee en drie minuten hangen en worden voortgestuwd door riffs die onmiddellijk in het geheugen bijten. Rauw en eenvoudig waar dat moet, venijnig melodieus wanneer het zich aandient, en geregeld met een smerig rockende aandrijving die ervoor zorgt dat deze plaat voortdurend beweegt. Zelfs wanneer het tempo wordt teruggeschroefd, verliest Mordhell zijn beet niet. De zwaardere, bijna marcherende passages drukken de muziek alleen maar dieper de grond in.

Boven dat geraamte hangt de rasp van Nekrophiliac. Nekrophiliac vertrouwt op één instrument: een strot die perfect vergroeid lijkt met deze muziek, zonder breed arsenaal aan vocale kunstgrepen, maar met een voortdurende zweem van minachting en verdorvenheid. De productie laat voldoende vuil aan de botten kleven zonder de riffs onder een brij te begraven. Bas en drums geven de nummers een stevige ondergrond, terwijl de gitaren scherp genoeg blijven om iedere beweging zichtbaar te maken.

En ergens achter dat alles waart nog iets rond. Synths duiken af en toe op, zo discreet dat ze zich nooit tussen de luisteraar en de riffs wringen. Ze liggen als een koude schaduw achter de gitaren, kleuren enkele passages donkerder en verdwijnen vervolgens opnieuw in het niets. Mordhell gebruikt ze als sfeer, niet als versiering. Juist daardoor werken ze.

Nekrosexual Possessions en Nekrofilth maken meteen duidelijk dat Mordhell geen lange aanloop nodig heeft. Riffs worden neergegooid, vastgebeten en weer achtergelaten voordat hun kracht verwatert. Funeral Cunt, Killfuck for Blackgoat, Rotten Nunscum en Cuntcide: de titels laten evenmin veel ruimte voor subtiliteit. Mordhell draagt zijn voorliefde voor blasfemie, dood, perversiteit en slechte smaak nog altijd met zichtbaar genoegen. Na meer dan twintig jaar heeft dat weinig meer van een pose; dit vuil lijkt ondertussen gewoon in de huid te zijn getrokken. Eén blik op Bloodwhip, Nekrophiliac en Diabolizer volstaat om te vermoeden dat hier niemand wakker ligt van de vraag of 2026 inmiddels andere esthetische voorschriften heeft uitgevaardigd.

Het sterke aan Nekro Desecration zit echter dieper dan zijn smerige façade. De geest van de oude Noorse black metal waart onmiskenbaar door deze plaat, zonder dat Mordhell zich vastketent aan één bepaalde blauwdruk. Mordhell weet hoe een eenvoudige riff moet ademen. De ene jaagt de boel vooruit, de volgende trekt alles plots naar een loggere, marcherende tred. Tussendoor kronkelt melodie door de vuile distortion en steekt geregeld die rockende drift opnieuw de kop op. Het maakt de plaat aanstekelijk zonder haar tanden uit te trekken. Misanthropy Is the Only Honest Religion vat met zijn titel misschien nog het best samen welke damp hier uit de kelder opstijgt.

Pas diep in de plaat trekt Mordhell het karkas werkelijk uiteen. Zimny chirurg, in vertaling De koude chirurg, klokt af op 4:40 en torent daarmee boven de rest uit. Het tempo zakt weg en de muziek begint te slepen. De rasp blijft, de synths hangen ijl achter de gitaren en een trage solo snijdt zich door een van de meest sfeervolle passages van de plaat. Hier overheerst geen uitzinnige agressie. Een grimmige koude kruipt langzaam onder de huid. Het nummer krijgt de tijd die de rest van Nekro Desecration zichzelf bewust ontzegt en vormt daardoor een van de donkerste plekken op de plaat.

Wie vervolgens een plechtige aftocht verwacht, kent Mordhell nog niet. Filthy Whore krijgt amper een minuut. Geen epiloog, geen langzaam uitdovende synths. De deur wordt nog eenmaal ingetrapt, alles wordt kort en klein geramd en dan is het afgelopen.

Nekro Desecration probeert een verleden niet met moderne middelen te reconstrueren. Deze drie Polen lijken eenvoudigweg nooit de behoefte te hebben gevoeld het graf te verlaten. De riffs mogen rocken, de synths mogen door de kieren waaien en een nummer mag vertragen tot het lijk koud genoeg is, zolang de stank van de ondergrond maar blijft hangen. Drieëntwintig jaar na de eerste tekenen van sadistische verdorvenheid klinkt Mordhell nog steeds alsof goede smaak een ziekte is waarvoor ze gelukkig nooit een remedie hebben gezocht.

80/100
⸸ Blackie ⸸

English version

Earlier this year, a chance descent into the Polish underground led me to Ohyda. What crawled from the speakers there refused to be driven back into the darkness, and I have kept digging ever since. The musicians behind that band have tentacles reaching deep, and that is how Mordhell crossed my path. Bloodwhip (guitars, bass) and Diabolizer (drums) are active in both formations and also surface in numerous other crypts of the Polish underground. Mordhell itself has been haunting these depths since 2003 and therefore hardly needs an introduction for those who have been doing their gravedigger’s work there for some time. For me, however, this tomb only opened with Nekro Desecration.

Thirteen tracks and barely thirty-four minutes later, it is clear that there is little room here for excess flesh. Mordhell cuts short and dirty. Most songs hover between two and three minutes and are driven by riffs that immediately sink their teeth into the memory. Raw and simple where they need to be, venomously melodic when the moment calls for it, and frequently propelled by a filthy rocking drive that keeps the record in constant motion. Even when the tempo is pulled back, Mordhell never loses its bite. The heavier, almost marching passages only drive the music deeper into the earth.

Above that skeleton hangs Nekrophiliac’s rasp. Nekrophiliac relies on a single instrument: a throat that seems perfectly fused with this music, without a broad arsenal of vocal tricks, but carrying a constant trace of contempt and depravity. The production leaves enough filth clinging to the bones without burying the riffs beneath a mire. Bass and drums give the songs a solid foundation, while the guitars remain sharp enough to make every movement visible.

And somewhere behind all of this, something else still wanders. Synths surface now and then, so discreetly that they never force themselves between the listener and the riffs. They lie like a cold shadow behind the guitars, darken a few passages and then disappear back into nothingness. Mordhell uses them for atmosphere, not decoration. That is precisely why they work.

Nekrosexual Possessions and Nekrofilth immediately make clear that Mordhell has no need for a lengthy approach. Riffs are thrown down, sink their teeth in and are abandoned again before their power can fade. Funeral Cunt, Killfuck for Blackgoat, Rotten Nunscum and Cuntcide: the titles leave equally little room for subtlety. Mordhell still wears its fondness for blasphemy, death, perversion and bad taste with visible delight. After more than twenty years, there is little left here that feels like a pose; by now, this filth seems simply to have worked its way into their skin. One look at Bloodwhip, Nekrophiliac and Diabolizer is enough to suspect that nobody here loses any sleep over whether 2026 has meanwhile issued a different set of aesthetic commandments.

The strength of Nekro Desecration, however, lies deeper than its filthy façade. The spirit of old Norwegian black metal unmistakably haunts this record, without Mordhell chaining itself to any single blueprint. Mordhell knows how to let a simple riff breathe. One drives everything forward, the next suddenly drags it into a heavier, marching stride. In between, melody coils through the filthy distortion and that rocking drive repeatedly raises its head again. It makes the record infectious without pulling its teeth. Misanthropy Is the Only Honest Religion perhaps sums up best in its title the vapour rising from this cellar.

Only deep into the record does Mordhell truly tear the carcass apart. Zimny chirurg, translated as The Cold Surgeon, clocks in at 4:40 and towers above the rest. The tempo sinks and the music begins to drag. The rasp remains, the synths hang thinly behind the guitars, and a slow solo cuts through one of the record’s most atmospheric passages. There is no frenzied aggression here. A grim cold slowly crawls beneath the skin. The song takes the time that the rest of Nekro Desecration deliberately denies itself and thereby becomes one of the darkest places on the record.

Anyone expecting a solemn retreat afterwards does not know Mordhell yet. Filthy Whore barely gets a minute. No epilogue, no slowly fading synths. The door is kicked in one final time, everything is smashed to pieces, and then it is over.

Nekro Desecration does not attempt to reconstruct a past with modern means. These three Poles simply seem never to have felt the need to leave the grave. The riffs may rock, the synths may drift through the cracks, and a song may slow down until the corpse is cold enough, as long as the stench of the underground keeps lingering. Twenty-three years after the first signs of sadistic depravity, Mordhell still sounds as though good taste were a disease for which they have fortunately never sought a cure.

80/100
⸸ Blackie ⸸

Under the seal of Werewolf Promotion
Conjured on August 7 2026