
(English version below)
Tre ravner i Aasen verscheen op 24 juli 2026 via Sonorous Night, maar vrijwel niets aan deze demo lijkt dat te willen erkennen. Vier nummers, zeventien minuten en een hoes die eruitziet alsof ze al dertig jaar door kopieermachines en cassettehoezen is gegaan. Morgenrød komt uit Noorwegen; veel meer valt er voorlopig nauwelijks over de band te vertellen. Voor één keer is dat voldoende.
Vanaf de eerste minuten trekt Tre ravner i Aasen een lijn naar de Noorse black metal van het begin van de jaren negentig: een periode waarin opnames nog mochten rammelen en instrumenten elkaar niet netjes een plaats in de mix gunden, ver verwijderd van de zorgvuldig gereconstrueerde versie die tegenwoordig regelmatig wordt opgediend. Het geluid is rauw en korrelig, soms bijna onbeholpen, zonder dat de gitaren daardoor dun worden. Integendeel. De bas staat opvallend hoog en beweegt bijna op gelijke voet met de gitaren door de opname. Alles schuurt tegen elkaar aan, terwijl de riffs duidelijk genoeg blijven om hun werk te doen.
En die riffs zijn de reden waarom deze demo meer is dan een geslaagde oefening in oude vormentaal. Vooral Kvist dringt zich geregeld op als referentie, in de manier waarop koude melodieën door het ruwe oppervlak breken en de nummers voortdurend in beweging houden. Morgenrød kopieert geen riffs; de band grijpt eerder terug naar datzelfde instinct voor spanning en beweging. Zonder voorkennis zou je deze demo zo voor een vergeten Noorse cassette uit 1993 houden.
De keyboards versterken die indruk. Ze zijn regelmatig aanwezig, zonder voortdurend als een laag over de muziek te liggen. Soms trekken ze zich volledig terug achter gitaar, bas en drums, om vervolgens weer boven het gerammel uit te komen. Op zulke momenten verandert de atmosfeer onmiddellijk. De rauwheid blijft intact, maar krijgt plots iets mystieks en haast plechtigs. Morgenrød begrijpt dat toetsen in dit soort black metal vooral kracht krijgen wanneer ze ruimte krijgen om te verschijnen én weer te verdwijnen.
Door dat rauwe klankbeeld heen klinkt een stem die weinig behoefte heeft aan theatrale uithalen. De Noorse woorden worden met een kwaadaardige rasp uitgespuwd en passen naadloos bij het primitieve karakter van de opname. Ook hier zit de kracht niet in extremiteit om de extremiteit. Stem en instrumenten behoren tot dezelfde smerige massa, zonder dat de zang zijn venijn verliest.
De vier nummers (Tre ravner i Aasen, Sjelens nag, Sjelens nag II en Djevelsang, saa forlokkende) hebben bovendien geen lange speelduur nodig om hun wereld neer te zetten. Morgenrød rekt ideeën niet uit en probeert de beperkte speelduur evenmin vol te stoppen met kunstmatige afwisseling. Riffs, melodieën en keyboards krijgen precies genoeg tijd voordat de muziek verder trekt. Na zeventien minuten houdt het eenvoudigweg op.
Daarmee blijft vooral een merkwaardige gewaarwording achter. Er bestaan genoeg bands die vandaag bewust teruggrijpen naar de tweede golf. Vaak hoor je precies waar de imitatie begint: een gekozen gitaargeluid, een laag synths, een korrel over de productie. Bij Morgenrød is die afstand moeilijker te vinden. Tre ravner i Aasen klinkt niet alsof iemand vanuit 2026 zorgvuldig heeft geprobeerd 1993 te reconstrueren. Gedurende zeventien minuten lijkt 2026 er eenvoudigweg niet toe te doen.
Of Morgenrød meer zal worden dan deze vier nummers valt nog te bezien. Voorlopig ligt hier een korte, rammelende Noorse demo, gedragen door sterke riffs en een opvallend aanwezige bas, met kwaadaardige vocalen en keyboards die de atmosfeer telkens verder verdiepen. Veel meer heeft black metal soms niet nodig.
89/100
⸸ Blackie ⸸
English version
Tre ravner i Aasen appeared on July 24th, 2026 through Sonorous Night, yet almost nothing about this demo seems willing to acknowledge that fact. Four tracks, seventeen minutes and a cover that looks as though it has spent the past thirty years passing through photocopiers and cassette cases. Morgenrød hail from Norway; for now, there is barely anything more to tell about the band. For once, that is enough.
From its opening minutes, Tre ravner i Aasen draws a line straight back to Norwegian black metal of the early nineties: a time when recordings were still allowed to rattle and instruments were not neatly assigned their own place in the mix, far removed from the carefully reconstructed version so regularly served up today. The sound is raw and grainy, at times almost clumsy, without leaving the guitars thin. Quite the opposite. The bass sits remarkably high in the mix and moves through the recording almost on equal footing with the guitars. Everything grates against everything else, while the riffs remain clear enough to do their work.
And those riffs are precisely why this demo amounts to more than a successful exercise in an old musical language. Kvist in particular repeatedly comes to mind, in the way cold melodies break through the rough surface and keep the songs constantly in motion. Morgenrød do not copy riffs; rather, the band reaches back towards that same instinct for tension and movement. Without any prior knowledge, you could easily take this demo for a forgotten Norwegian cassette from 1993.
The keyboards reinforce that impression. They appear regularly without becoming a permanent layer draped across the music. At times they withdraw completely behind guitar, bass and drums, only to rise above the clatter once again. At those moments, the atmosphere changes immediately. The rawness remains intact, yet suddenly acquires something mystical and almost solemn. Morgenrød understand that keyboards in this kind of black metal gain much of their power when they are given room both to appear and to disappear again.
Through that raw soundscape comes a voice with little need for theatrical excess. The Norwegian words are spat out in a malevolent rasp and fit seamlessly into the primitive character of the recording. Here too, the strength lies not in extremity for extremity’s sake. Voice and instruments belong to the same filthy mass, without the vocals losing any of their venom.
The four tracks (Tre ravner i Aasen, Sjelens nag, Sjelens nag II and Djevelsang, saa forlokkende) need no great length to establish their world. Morgenrød do not stretch out ideas, nor do they attempt to cram the limited running time with artificial variation. Riffs, melodies and keyboards are given exactly enough time before the music moves onwards. After seventeen minutes, it simply ends.
What remains is above all a peculiar sensation. There are plenty of bands today deliberately reaching back towards the second wave. Often, you can hear exactly where the imitation begins: a chosen guitar sound, a layer of synths, a coating of grain across the production. With Morgenrød, that distance is harder to find. Tre ravner i Aasen does not sound as though someone in 2026 carefully tried to reconstruct 1993. For seventeen minutes, 2026 simply seems irrelevant.
Whether Morgenrød will become anything more than these four tracks remains to be seen. For now, there is simply a short, rattling Norwegian demo, carried by strong riffs and a remarkably prominent bass, with malevolent vocals and keyboards that continually deepen the atmosphere. Sometimes black metal needs little more than that.
89/100
⸸ Blackie ⸸
Under the seal of Sonorous Night Productions
Conjured on August 18 2026