Nachtheem/Moft – Split-EP (2025)

(English version below)

Twee zijden van dezelfde sluier. Woudmeditatie / Dromende Goden is geen gewone split, maar een gedeeld visioen — opgestegen uit Nederlandse bodem, gehuld in stof, bast en dromen. Moft en Nachtheem: twee namen verbonden in stilte, elk met één lang uitgesponnen compositie, handmatig geperst op vinyl alsof de tijd zelf gekloofd werd.

Moft opent met een compositie die zich uitstrekt als een nacht zonder sterren. “Woudmeditatie” is ruw, schurend, maar niet ongecontroleerd. Wat begint met gruizige feedback en een riff die knarst als versplinterd hout, ontvouwt zich langzaam tot een reis door echo’s van vroege Burzum, de traag brandende tochten van Drudkh, en de dreigende stilte van vergeten pagan black metal. Het tempo verspringt abrupt — van slepende trance naar beukende razernij — en opnieuw terug naar iets dat niet in maat te vangen is. Soms duister als stroperige aarde, dan weer lichtjes openbrekend met cleane koren die aan Ulver of Vikingligr Veldi doen denken. Geen eenduidige richting, maar een grillig pad dat onder je voeten groeit terwijl je stapt. Dit is geen perfectie. Dit is onstuimige intuïtie, oud werk dat terug tot leven werd gewekt, en juist daardoor een bezielde, eerlijke bezwering.

Nachtheem beantwoordt met “Dromende Goden” — een track die, hoewel frisser opgenomen, aanvoelt als een bezwering van dezelfde bron. De band bouwt verder op het fundament van Nacht Zij Met Ons…, maar keert minder naar binnen. Er is meer vaart, meer schuring, meer drift. En toch blijft die typische melancholie behouden. De tremoloriffs zijn hier het dragende element: golvend, herhalend, bezwerend — als ruisende vleugels boven een bevroren veld. Ze vormen geen versiering, maar zijn de ruggengraat van het geheel. De geest van Vemod waart nog rond in deze klanken, net als de ijle melancholie van vroege Ulver, al zoekt Nachtheem hier meer de trance dan het sacrale. De ambientintermezzo’s zijn weggeveegd, maar de betovering blijft: verborgen in herhaling, nuance, opbouw. In het tweede deel vertraagt alles opnieuw. Semi-cleane gitaren drijven boven trage akkoorden, terwijl de drums als druppels op steen blijven tikken. Er ontstaat een droombeeld — wazig, ijl, maar onmiskenbaar levend. En het blijft: als nevel in de longen, als herinnering aan iets dat niet van hier is.

Waar Moft klinkt als een geest die na jaren weer stem vindt, lijkt Nachtheem te spreken vanuit een plek waar de bomen luisteren. Beide zijden vullen elkaar aan, niet als tegenpolen, maar als twee gestalten van hetzelfde ritueel.

Woudmeditatie / Dromende Goden is een split voor zij die tijd willen verliezen. Geen verzameling songs, maar een samengestelde tocht, gebundeld op handgestempeld vinyl. Voor wie zijn geloof hecht aan nachten zonder richting en goden die dromen in plaats van spreken.

80/100

Blackie

English version

Two sides of the same veil. Woudmeditatie / Dromende Goden is no ordinary split, but a shared vision — risen from Dutch soil, cloaked in dust, bark, and dreams. Moft and Nachtheem: two names bound in silence, each offering a single long-form composition, hand-pressed onto vinyl as if time itself had been cleaved.

Moft opens with a piece that stretches like a starless night. “Woudmeditatie” is raw, abrasive, yet never uncontrolled. What begins with gritty feedback and a riff that splinters like dried wood gradually unfolds into a journey through echoes of early Burzum, the slow-burning paths of Drudkh, and the brooding stillness of forgotten pagan black metal. The tempo shifts abruptly — from dragging trance to blistering violence — and back to something that slips through any measured pulse. At times dark and viscous like mud, at others breaking open with clean choirs reminiscent of Ulver or Vikingligr Veldi. No clear direction, only a crooked path growing beneath your feet. This is not perfection. This is unruly intuition, old material brought back to life — and precisely because of that, a possessed, honest incantation.

Nachtheem answers with “Dromende Goden” — a track that, though more freshly recorded, feels like a spell drawn from the same source. The band continues to build on the foundation laid with Nacht Zij Met Ons…, but turns less inward. There is more motion, more abrasion, more urgency. And still, that signature melancholy remains. The tremolo riffs are the spine of this piece: flowing, repeating, entrancing — like rustling wings above a frozen field. They are not embellishment, but the very structure itself. The spirit of Vemod lingers in these tones, along with the airy sorrow of early Ulver, though Nachtheem leans more toward trance than sanctity. The ambient interludes are gone, but the enchantment remains: buried in repetition, nuance, and unfolding motion. In the second half, everything slows again. Semi-clean guitars drift above slow, distorted chords while the drums tick like water on stone. A dream-image takes shape — hazy, thin, yet undeniably alive. And it lingers: like mist in the lungs, like the memory of something not from here.

Where Moft sounds like a spirit finding its voice after years of silence, Nachtheem speaks from a place where the trees are listening. These two sides do not oppose, but complete — not as contrasts, but as twin figures in the same ritual.

Woudmeditatie / Dromende Goden is a split for those willing to lose all sense of time. Not a collection of songs, but a composed journey, bound to hand-stamped vinyl. For those who place their faith in nights without direction, and gods who dream instead of speak.

80/100

Blackie

Eigen beheer

Conjured on July 20 2025