Siechknecht – Pestmond EP 2025 Review

(English version below)

Er zijn namen die aanvoelen als oude lasten, woorden die nog stof van middeleeuwse kamers dragen. Siechknecht behoort tot die orde. In vroegere tijden was een siechknecht een knecht van de ziekte, iemand die zich tussen stro en verstilling door het verdorven lijf van de pest bewoog, een drager van rot en plicht. Die betekenis hangt als een schaduw over dit project, alsof het woord zelf opnieuw opstaat met de fakkel van een naamloos wezen dat geen identiteit toont, alleen functie en wil.

Toen ik vernam dat Revenant – de stem die Order of Nosferat zijn vorm geeft – hier de adem is, spitsten mijn oren zich zonder nadenken en voelde ik een snelle, strakke prikkel door mijn borst gaan. Dit is een stem die geen versiering draagt, een stem die koud blijft zelfs wanneer de melodie gloeit. Samen met Desmotes, Seuchefürst en Ifrit vormt hij een kwartet dat Pestmond opbouwt als een blok steen dat langzaam uit de grond komt.

De EP klinkt alsof ze in dezelfde ruimte leeft als de figuur op de cover: een gehulde gedaante zonder gezicht, een fakkel die geen licht verspreidt maar enkel contouren tekent, uitzichtloos maar vast. De vier nummers bewegen in één doorlopende lijn, als een tocht door as en ijzer waar geen zijpaden bestaan. De melodieën hebben een koude helderheid die blijft hangen in de lucht en zich telkens opnieuw rond dezelfde kern wikkelt. De productie van Rune Stavnesli legt die structuur scherp bloot: niets verzacht, niets glimt, alles blijft ruw en doelgericht.

De teksten schetsen een wereld die geen adem meer draagt. Velden verbranden, rivieren rotten, muren breken, pestkinderen verstillen, scheepsrompen kreunen onder noordelijke storm. Het geheel ademt een massieve zwaarte: dood niet als moment maar als toestand. De woorden keren terug in herhalende beelden – staal, wind, bloed, verstilling – die aanvoelen als de contouren van een harnas dat te lang gedragen is.

Revenant leeft in die teksten als een stem die al lang door die velden wandelt. De frasering is streng; niets wijkt af. De riffs zetten brede lijnen neer die soms vernauwen tot een gespannen tremolo, alsof er handen aan touwen trekken die een rite strak houden. De bas draagt een constante druk onder de melodie, en de drums slaan als vaste stappen die niets anders beogen dan blijven gaan tot de weg zichzelf oplost.

Pestmond houdt alles binnen één gesloten cirkel. Geen explosies, geen loslaten, geen beweging die buiten het raamwerk valt. De sfeer staat als een kap rond het geheel – dezelfde kap die de figuur op het artwork draagt, dezelfde kap die op mijn website de monniken zonder gezicht omhult. De muziek deelt dat archetype: naamloos, zonder verlangen naar vorm, zonder gezicht dat naar buiten spreekt.

De EP voelt daardoor als een enkele zwarte gloed die traag pulseert. Elk nummer is een andere ader van dezelfde bron, elke melodie een andere beweging van dezelfde last. Het is muziek die niet probeert te verdoven of te verheffen, maar het landschap laat zien zoals het is: koud, uitgehold en in volle ernst.

Siechknecht toont zich met Pestmond als een formatie die een oude functie opnieuw belichaamt. De knecht van de ziekten staat opnieuw recht, met een fakkel die eerder brandt om het verval zichtbaar te maken dan om de nacht te verjagen. Deze vier stukken klinken als een enkele, strakke ademstoot die uit een dieper verleden komt en zich zonder ruis naar voren drukt.

Score: 88/100

⸸ Blackie ⸸

English version below

Some names carry the weight of older worlds. Siechknecht is one of them, a word that once belonged to the corridors of medieval sickness, a servant of disease moving between straw, stench and silence, a carrier of rot bound to duty rather than choice. That meaning rises again here, as if the name itself steps forward with the bearing of a hooded figure whose purpose is fixed and whose face remains forever concealed.

When I learned that Revenant — the voice that shapes Order of Nosferat — stands at the center of this band, my ears sharpened instinctively and my pulse tightened with a familiar spark. His tone always arrives stripped of excess, cold even when the melody burns beneath it. Together with Desmotes, Seuchefürst and Ifrit, he shapes Pestmond into something that feels carved rather than written, a slab of sound rising slowly from the ground.

The EP breathes the same atmosphere as its cover: a cloaked figure holding a torch that illuminates nothing but outlines, faceless, rooted in darkness. The four tracks flow as one continuous movement, a passage through ash and iron with no detours, no loosened edges. The melodies carry a hard clarity, circling the same core with calm determination. Rune Stavnesli’s production keeps everything bare and sharp; nothing softens, nothing shines, everything remains functional and raw.

The lyrics describe a world without breath: burned fields, rotting rivers, collapsing walls, pest-born children silenced before life begins, and ship hulls groaning in northern storms. Death appears not as a moment but as a condition. Images return in steady rhythm — steel, wind, blood, stillness — forming a kind of armour that has been worn too long.

Revenant delivers these words as someone who has already walked across those fields. His phrasing stays rigid, without drift or flourish. Desmotes stretches broad lines through dust and smoke; the tremolo work tightens like ropes pulled across a ritual frame. Seuchefürst’s bass keeps a constant pressure beneath the melody, and Ifrit’s drums strike with the discipline of steps meant to outlast the path itself.

Pestmond exists inside a closed circle. There is no release, no moment where the structure bends; everything remains within the same firm boundary. The atmosphere settles over the music like the hood on the artwork, the same hood that defines the faceless monks on my own site. The EP shares that archetype: anonymous, stripped of identity, driven by intent rather than personality.

The entire work feels like a single dark pulse. Each track moves as a different vein of the same body, every melody a shift within the same weight. This is not music shaped to lure or distract; it reveals a landscape that is cold, hollowed, and carried with full seriousness.

With Pestmond, Siechknecht steps forward as a band that embodies an old role. The servant of sickness rises again, holding a torch that does not chase the night away but makes the decay visible. These four compositions form a compact manifestation of that purpose — steady, shadowed, and unbroken.

88/100

⸸ Blackie ⸸

Under the seal of Purity Through Fire

Conjured on November 25 2025