
(English version below)
De dorpsverteller van Gelderland komt binnen met modder tot zijn knieën, stro in zijn baard en de stank van natte hond en gestolen wild aan zijn jas. Dan begint hij te vertellen. Zo klinkt Tannenbart op Vrijbuiters, bunzingjagers en stropersvolk, de eerste langspeler van het trio Grovebast, Berckenpruyck en Voerman K, uitgebracht door New Era Productions. Acht nummers, vijfendertig minuten, rauw en vuil.
Voerman K is een naam uit de Nederlandse underground, ook bekend van Erscheinung, Wederganger en Mondvolland. Na een demo uit 2022, een EP onder de eigen naam en de compilatie Ruraal metaal volgt nu het eerste album in een bewust smal gehouden discografie. Ruraal metaal noemt de band zijn eigen stijl, en op deze plaat past die naam als een klomp. Tannenbart graaft in de eigen bodem: streektaal, sagen en rurale folklore, met oude spelling in de titels en schuilnamen als Grovebast en Berckenpruyck. De hoes sluit daarbij aan, een zwart-witte collage met boerderij, schutter, zwijn en een zwarte haan op een wapenschild.
De basis is primitieve black metal met rauwe zang uit een ruige strot. Daaronder hoor ik Darkthrone ten tijde van F.O.A.D. en Dark Thrones and Black Flags, de folkachtige kant van oude Isengard en een vleugje Peste Noire, het Franse gezelschap dat black metal en volkscultuur eveneens in elkaar laat vallen. Technisch vertoon blijft thuis in de schuur. Tussen het geweld liggen akoestische passages, een fluit en echt gefloten deuntjes, alsof iemand zijn hond roept op een bosweg. Op andere momenten kantelt de plaat naar het hallucinerende en blijft meerstemmige zang in je hoofd ronddraaien. Geschreeuw en heldere gezangen lossen elkaar af en trekken elkaar steeds verder het struikgewas in.
De gewone stem is niet altijd stemvast, en dat heeft zijn charme. Quorthon van Bathory en Fenriz van Darkthrone klonken ook niet altijd zuiver wanneer ze gewoon zongen, en niemand lag er een nacht van wakker. Bij Tannenbart gaat de zanger gewoon door, ook als de toon halverwege in de drek zakt. In afsluiter “Wilde dakhaasjager” rinkelt zelfs een koebel, en niemand in het gezelschap trekt een wenkbrauw op.
Een band onder de naam Bokkenrijders bestaat al en speelt een andere soort black metal. De historische Bokkenrijders, de achttiende-eeuwse bendes uit Limburg en omstreken waarvan de volksverhalen vertellen dat ze op vliegende bokken reden, liggen ver van Gelderland. Waren zij een black metal band geweest, dan hadden ze zo geklonken. Gelderland heeft zijn eigen vrijbuiters, en Tannenbart vertelt hun verhalen met de modder er nog aan.
85/100
⸸ Blackie ⸸
English version
The village storyteller of Gelderland walks in with mud up to his knees, straw in his beard and the stench of wet dog and poached game clinging to his coat. Then he starts telling his tales. That is what Tannenbart sounds like on Vrijbuiters, bunzingjagers en stropersvolk, the first full-length by the trio Grovebast, Berckenpruyck and Voerman K, released by New Era Productions on 2 October 2026. Eight tracks, thirty-five minutes, raw and filthy.
Voerman K is a familiar name in the Dutch underground, also known from Erscheinung, Wederganger and Mondvolland. Following a 2022 demo, a self-titled EP and the Ruraal metaal compilation, the band now delivers its first album in a deliberately lean discography. Ruraal metaal is how the band describes its own style, and on this record the term fits like a wooden clog. Tannenbart digs into its native soil: regional dialect, legends and rural folklore, with archaic spelling in the song titles and pseudonyms such as Grovebast and Berckenpruyck. The cover follows the same path, a black-and-white collage featuring a farmhouse, a rifleman, a boar and a black rooster on a coat of arms.
The foundation is primitive black metal with raw vocals rasped from a rough throat. Beneath it I hear Darkthrone around F.O.A.D. and Dark Thrones and Black Flags, the folkish side of early Isengard and a touch of Peste Noire, the French outfit that likewise allows black metal and folk culture to bleed into one another. Technical showmanship is left back in the barn. Amid the violence are acoustic passages, a flute and actual whistled tunes, as if someone were calling his dog along a forest road. At other moments the album veers into the hallucinatory, with layered vocals circling endlessly inside your head. Shrieks and clean chants alternate and drag each other ever deeper into the undergrowth.
The clean voice does not always stay perfectly in tune, and that is part of its charm. Quorthon of Bathory and Fenriz of Darkthrone did not always sing perfectly in tune either when they used their clean voices, and nobody lost a night’s sleep over it. With Tannenbart, the singer simply carries on even when the note sinks halfway into the muck. On closing track “Wilde dakhaasjager”, a cowbell even starts clanging, and nobody in the company raises an eyebrow.
A band called Bokkenrijders already exists and plays a different kind of black metal. The historical Bokkenrijders, the eighteenth-century gangs from Limburg and the surrounding regions who, according to folklore, rode through the skies on flying goats, are a long way from Gelderland. Had they been a black metal band, this is what they would have sounded like. Gelderland has its own outlaws, and Tannenbart tells their stories with the mud still clinging to them.
85/100
⸸ Blackie ⸸
Under the seal of New Era Productions
Conjured on October 4 2026